Frans Masereel Centrum is een plek waar nationale en internationale artiesten, onderzoekers en grafisch ontwerpers verblijven, ontmoeten en experimenteren.

Masereeldijk 5
2460 Kasterlee, BE

kunsten & erfgoed
< back

Residenties '19

Maria Blondeel

Schaduwkopie als werkelijkheid.

Tijdens mijn kunstenaarsloopbaan maakte ik de overgang van de analoge naar de digitale beeld- en geluidvorming van dichtbij mee. Ik maak voortdurend cross-overs tussen oude en nieuwe, visuele en auditieve media. Mijn kunstwerken bevinden zich ergens tussen de verschillende media in. Ik gebruik media waarin de door mijn hand vervaardigde fotografische, niet-lichtechte en vervagende beelden telkens opnieuw worden ‘gefixeerd in de tijd’ als kunstwerken. Ik pas technologie toe om mijn (efemeer) oeuvre te (re)produceren doorheen de tijd. In mijn werk “36 Blauwe Prints” werden er 36 verschillenden blauwdrukken ingescand en die werden eenmaal in inkjet geprint, dit in tegenstelling tot mijn werken voor zeefdruk waar één blauwdruk het cliché wordt voor een oplage niet-identieke afdrukken.
Toch beschouw ik de digitale (r)evolutie als een complex en hermetisch proces. De cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892-1940) voorspelde dat door de toenemende mogelijkheden van reproductietechnieken zowel de waarneming, de esthetische ervaring en de maatschappelijke functie van het kunstwerk zouden veranderen en daardoor ook de rol van de beeldende kunst. Waar een simulacrum (kunstwerk) in de zijnsleer van Plato nog een kopie (bv. mijn print) van een natuurgetrouwe kopie (bv. mijn blauwdruk) van een werkelijkheid was, wordt in de context van Baudrillard een kopie (bv. blauwdruk, print, …) een nieuw beeld dat geen banden meer heeft met het origineel. (Vrij naar John Storey in “Cultural theory and popular culture: an introduction” 2001). Vandaag haalt de filosoof Peter De Graeve in zijn boek “Gilles Deleuze en het materialisme” (2012) André Malraux aan en schrijft: “ … Die esthetische ervaring heeft minder te maken met een zijnsverhouding tussen origineel en kopie, zoals Benjamin dacht, dan met de kristallisatie in een stuk materie (het kunstwerk) van ‘tijd’. De aura van de kunst gaat niet verloren door het steeds omvangrijker wordende beeldkopieënbestand. … Dit toont aan dat het kunstwerk door toedoen van het modernisme niet aan auratische kracht inboet, zoals Benjamin vreest, maar dat die kracht er juist een direct gevolg van is.”
In mijn werk breng ik de kopie binnen in een kunsthistorisch kader; daardoor krijgt de ‘reproductie’ een plaats ‘tussen de kunstuitingen’. Mijn doel is niet zozeer om een werkelijkheid te kopiëren of om een nieuw beeld een oneindig aantal keer te vermenigvuldigen maar wel om de transformatie van een kopie naar een kopie te onderzoeken. Hoe komt een gecreëerde kopie tot stand? Wanneer wordt een kopie een kunstwerk?
Met een scanner, computer en een printer met papier en inkt kan je een ‘kunstwerk’ op elk moment van de dag printen, opnieuw scannen en printen. Het ‘kopiëren’ van digitale bestanden is op zichzelf een hermetisch en eindeloos herhaalbaar proces. Die kopieën zijn altijd identiek en de weergave levert eenzelfde beeld of geluid op, zoals in mijn gesonificeerde beelden. De noodzaak om een oplage te stockeren verdwijnt, er kan telkens geproduceerd worden wanneer daar vraag naar is.
Daartegenover staat dat een kopieermachine of scanner iedere wijziging van een origineel registreert en meedraagt. Twee scans van dezelfde blauwdruk die op een ander tijdstip worden gemaakt zullen dus wel een exacte kleurkopie van het werkelijke blauw van de blauwdruk zijn maar onderling kunnen ze geen exacte kleurkopie van elkaar zijn. De paradox van de blauwdruk is dat deze door licht vorm krijgt, maar dat licht tegelijk ook de oorzaak van zijn verkleuring is.


De praktijk

In het zeefdrukatelier van het Frans Masereel Centrum werkte ik met het beeldmateriaal uit mijn “Hageland” project dat ik in 1998 gerealiseerd heb voor Speelhoven98. Ik vertrek vanaf de fotogrammen op blauwdrukpapier die ik toen in het weiland in de openlucht belichtte. De zon projecteert de slagschaduw van het gras op het blauwdrukpapier. Daarnaast werkte ik aan een ander project met het beeldmateriaal uit mijn recente klank-videoprojecten. Voor de aanmaak van de clichés van de video stills sequenties maak ik gebruik van digitale planafdrukken.


“Gras” (afbeelding 1 & 3) is een zeefdruk op textiel voor de kussenhoes van een klankobject. Ik belicht een blauwdruk (afbeelding 2) (formaat 50 cm x 70 cm) rechtstreeks op de UV-lichtgevoelige emulsielaag op het zeefdrukraam. De onbelichte delen op het gaas van de zeef laten de inkt door in de donkere en contrastrijke zones van het beeld. Hierdoor ontstaat een beeldreductie waarbij de contouren korrelig en onregelmatig zijn. De zeefdrukken zijn grasgroen, de inkt werd gemengd naar een kleurstaal van gras.

“Gras diapositief A24” (afbeelding 4) is een zeefdruk op papier. Ik vertrek van een blauwdruk die in 1998 gefotokopieerd werd op een transparant, een overhead slide (afbeelding 5) (laserprint, formaat 24 mm x 36 mm). Deze laserprint-dia heb ik nu opnieuw ingescand met een hoge resolutie. De beeldkorrel in de reproductie is afkomstig van de structuur van de toner (het fijne grafietpoeder) van de laserprint. In photoshop zijn de beeldlagen shadows (schaduwen) en highlights (hooglichten) uitgesplitst in twee deelbeelden. Deze zijn als een 1 bits bitmap uitgeprint op twee transparante clichés voor de zeefdrukramen. De kleur van de inkt werd gemengd op basis van een kleurenindex (0-255) van een verkleurde blauwdruk. Om de 3 tot 5 drukken werden er dubbeldrukken gemaakt met een bijgetinte inktkleur. In de oplage van 40 is geen enkel exemplaar identiek.

Auteur

Maria Blondeel is beeldend kunstenares en heeft haar atelier in Sint Amandsberg. Ze is fotografe maar is meer bekend om haar geluidskunstwerken. In 1986 begon Maria Blondeel met een idiosyncratische verzameling «blauwdrukken». Onder impuls van de New Yorkse intermedia scène experimenteerde ze met lichtgevoelige chemische stoffen, elektronische klankgeneratoren, stereografie en stereofonie. Haar artistieke praktijk situeert zich in het domein van intermedia, installatie- en klankkunst. Ze werkte met muzikanten en componisten Mary Jane Leach, Jerry Hunt, Guy De Bièvre, Johan Vandermaelen, Michael Vorfeld, Sam Ashley en Bettina Wenzel. Ze richtte met de Amerikaanse Intermedia kunstenaar Phill Niblock Experimental Intermedia vzw (1993 – 2003) op in Gent en organiseerde verscheidene intermedia tentoonstellingen. Maria Blondeel resideerde in de Artist In Residence Isola Comacina (I) 2013; Elektronisches Studio Audiokommunikation TU Berlin, Berlijn (G) 2012; Medienwerk-nrw Düsseldorf (D) 2010; FLACC Genk (B) 2008; Spritzenhaus Hamburg (D) 2001; ACAC Aomori Contemporary Art Center (Jap) 2000 en Experimental Intermedia New York (USA) 1994. Momenteel verleent zij haar medewerking aan het onderzoeksproject “The artistic extended optical flow” onder leiding van Noël De Buck aan de School of Arts, KASK, Gent. Het onderzoek is opgebouwd rond thema’s als belichaamde performatieve ruimte(lijkheid), sonificatie en mapping. Maria Blondeel was eerder aan het werk in het Frans Masereel Centrum in 2012. Er was van haar een in lithografie uitgevoerde fotokopie te zien op de tentoonstelling SELECTED PRINTS die liep van 30 september tot 29 november 2013 in het Frans Masereel Centrum.

Algemene residentie
16.09.2013 - 25.10.2013

 

1. GRAS. Zeefdruk op kussenhoes voor klankkussen. Maria Blondeel 2013

2. GRAS. Blauwdruk. Maria Blondeel 1998

3. Sunlight for Lawngreen Sound Pillow with golden emergency blanket and yellow Gerberas. Geluidsobject. Zeefdruk op textiel. Maria Blondeel 2013

4. GRAS diapositief A24. Zeefdruk. Maria Blondeel 2013

5. GRAS. Overhead slides. Maria Blondeel 1998

Huidige residenten

Toekomstige residenten

ontwerp: Lauren Grusenmeyer & Raf Vancampenhoudtspatie webdesign, Antwerpen